Kroegschaak

Hoe een onbesuisde dame gevangen kon raken in een laptop.

      Jan Wedeven, mei 2003

Het was nog vrij vroeg toen ik op een doordeweekse avond in mei naar ‘de Bres’ liep. Van buitenaf, door de grote lichtdonker getinte ruit heen, zag ik iets blikkeren. Het bleek het beeldscherm te zijn van een laptop. Op tafel opengeklapt in een kroeg krijgt zo’n toestel iets van een koffergrammofoon, het heeft ongeveer hetzelfde model.

Er drong wat dof geschetter naar buiten en binnen zweefden wat rokerige hoofden door de ruimte, zoals gebruikelijk in een goed gevulde biertent. Ik liep naar binnen. Aan de stamtafel zaten schakers. Ik ontwaarde zowaar enkele te goeder naam en faam bekend staande figuren van een zeker formaat uit het Groninger schaakwereldje. De laptop die ik had gezien was zo te zien met zichzelf in gevecht, en Gert Ligterink, onze ex-Unitasser en begenadigd columnist, gaf zich uit voor de trotse eigenaar, om maar iets te noemen. Hij bevond zich in gezelschap van onder anderen Erik Hoeksema, die zich actief opstelde.

Een griezelige draaikolk in een dooie uithoek

Men was bezig een partijtje te bekijken; dat zag er nogal chaotisch uit. In een middenspel liet een zwarte Dame zich verleiden op b2 en a1 te hakken, om daar dan onmiddellijk te worden opgesloten en ingerekend. De zettenreeks werd een paar keer afgedraaid om hem goed te bekijken, en bracht een geamuseerde grimas tevoorschijn op de peinzende hoofden der aanwezigen. Ik moet bekennen dat ikzelf ook wel even onder de indruk was van de verbluffende eenvoud van deze griezelige draaikolk, in die dooie uithoek van het bord.
Her en der stonden lege bierglazen, wel een stuk of tien, vijftien. Het barmeisje was inmiddels vanachter de tap aan komen draven. Met wilde bewegingen en een verongelijkt gezicht als in een ‘soap’ griste ze de glazen overal tussen de borden vandaan, zonder haar gasten een blik waardig te keuren. Die zaten nog steeds grijnzend naar de verongelukte dame op a1 te staren, die dame die iets te onbesuisd bezig was geweest op het magische bord. Een opvallend contrast in gemoedstoestand bij de betrokkenen, dat verder niemand scheen op te vallen. Niemand zei wat. De wereld leek teruggebracht tot niks anders dan …Dxa1? etc.
Hebt u die dit leest zich wel eens een dame laten ontfutselen, een wat te gretige, grijpgrage dame bijvoorbeeld? Expres dan misschien, als offer? Hoe dan ook, we zullen het u niet kwalijk nemen. Het geheel werd opgeluisterd door een passende begeleiding in de vorm van het rauwe gekrijs van Tina Turner, de martelares van de soul en de rock en roll. ‘Who needs a heart, if a heart can be broken’, ja ja, zo lusten we er nog wel een paar.

Verderop hing een -voor het vroege tijdstip- aardige hoeveelheid bierliefhebbers rond de tap, niet erg spraakzaam. Het deed me ineens denken aan iets raars, een “sur place”: twee fietsers willen elkaar de koppositie opdringen vóór ze elkaar achterna gaan, en blijven gewoon stilstaan op de wielerbaan. (Soms valt er per ongeluk één om, grappig genoeg, samen met z’n racefiets. Heel soms - als je geluk hebt - vallen ze alle twee vlak achter elkaar, als rijpe appels.)
Hier had je nu dan zoiets met vijf / zes kroeglopers, hangend aan de tap, als een levend schilderij, maar niet bepaald een stil leven. Ik slenterde maar weer eens naar buiten, weg van de gruwelijke herrie en die afgrijselijke landerigheid. Die immense saaiheid van mensen die altijd dezelfde thee drinken. (U bent niet saai en doet dat ook? - Dan bent u dus de uitzondering.) Vreemd helder daglicht op straat. Wee het gebeente van degene die te vroeg op de avond in de kroeg belandt.

Onnoemelijk veel groter

Ik wierp nog een naargeestige blik door het raam naar binnen en zag dat de koffergrammofoon inmiddels dezelfde stelling in beeld had die ik zonet nog driedimensionaal had bekeken. Het was alsof ik keek naar een kleine kijkdoos die zich bevindt in een grote kijkdoos, en toch onnoemelijk veel groter is dan die grotere kijkdoos. Zo zou bijvoorbeeld de straat waarin ik door het raam naar binnen stond te koekeloeren, of dit verhaal dat u nu leest, zich gemakkelijk op het kleine beeldscherm van de laptop kunnen aftekenen.
Een klein ogenblik bekroop mij het onzinnige gevoel, dat ik dit vreemde ding alleen zou kunnen evenaren in eigenaardigheid door plotsklaps te veranderen in een zilverwitte lichtstraal die geruisloos uiteenspat in alle kleuren van de regenboog of in een zeepiraat met houten poot en gouden tand. Gert Ligterink zat er roerloos naar te kijken, als een gebiologeerde bioloog, een spin die z’n web inspecteert. Was de goede man misschien desalniettemin niet helemaal tevreden? In hoeverre stemt communicatie met een laptop tot tevredenheid? - Tot oneindige, volmaakte tevredenheid natuurlijk. Een glashelder antwoord.