'Talents must be used'

     Jan Wedeven

     maart 2023

Gewetensnood

Mijn grootvader van vaders kant heette Jan Wedeven, net als ik. Hij was meester in de rechten. Dat ben ik ook. En hij schopte het tot raadsheer aan het Hof te Leeuwarden. In de oorlog kwam hij ten gevolge van gewetensnood - hij was een vroom christen - in verzet tegen de Duitse bezetter. Hij werd ontboden bij Rauter; hij ging; Rauter liet hem gaan. En hij dook onder, meteen. Hij had zo zijn kanalen. Waarschijnlijk liet deze Rauter hem gaan uit respect voor het ambt van mijn grootvader. Dat lijkt mij zo.

Gerustgesteld

Toen ik lang geleden in zeer benarde omstandigheden verkeerde, kwam mijn grootvader - ik heb hem nooit gekend in levenden lijve; hij stierf twee jaar voor mijn geboorte - mij te hulp in een koortsachtige droom. Koortsachtig, ondanks dat ik het koud had in een politiecel, waar ik op de stenen vloer was gaan liggen, moe als ik was. Ik zat daar ten onrechte opgesloten. Hij, mijn naamgenoot, stelde mij gerust vanuit zijn stek in het hiernamaals. Althans bij wijze van spreken. Laat ik rekening houden met de minder bedeelden onder ons.

Berouw

Lange tijd hierna zocht ik, terwijl ik in goeden doen was overigens, contact met mijn naamgenoot en grootvader. Ik stak een sigaar op en verviel in gepeins, mij de geschiedenissen (afkomstig van mijn ouders) betreffende deze bijzondere man voor de geest halend.

Hij verscheen mij, zodat ik hem een vraag kon stellen. Nu moet u weten, dat hij na de oorlog recht mocht en moest spreken in de geheime en daarom ook geheimzinnige bijzondere rechtspraak. Hij had immers niet verzaakt. Ik vroeg hem: "Grootvader, hoe deed u dat, sommigen ter dood veroordelen en anderen niet?"

Hij antwoordde mij aldus. "Nou Jan, dat was eigenlijk heel eenvoudig. Ik las voor wat ze gedaan hadden en ik vroeg ze of ze berouw hadden. Zeiden ze: ik heb dat niet gedaan en ik heb dus ook geen berouw, dan kregen ze de doodstraf. Hadden ze wel berouw, kregen ze levenslang of een iets mildere straf."

Toen ik me veel later dit vraaggesprek herinnerde, dacht ik bij mezelf: het kan nog wel waar zijn ook. En de gedachte kwam bij me op: misschien vergis ik me en heeft mijn vader mij dit ooit verteld. Maar dit laatste is beslist niet waar. Mijn vader, die rechter en later raadsheer was, heeft mij nooit iets verklapt over die zeer geheime bijzondere rechtspleging. Mogelijk wist hij er niets van. (De veroordeelden hadden connecties gehad met Nederlanders; vandaar de geheimhouding, begrijpt u?)

De kleine Luyden

Mijn grootvader Jan Wedeven moet een uitermate vriendelijke, beminnelijke en zeer spraakzame man zijn geweest, blijkens de verhalen van mijn ouders zaliger. Zijn vader was hoofd van de school te Aduard. En diens vader was timmerman, ik meen in Hoogeveen. De protestantse 'kleine Luyden' klommen vaker snel naar boven op de maatschappelijke ladder. De bovenkant van de stratificatie is bevolkt met veel (ex)gereformeerden. Denk bijv. maar eens aan Jan Wolkers, de zeer talentvolle schrijver en kunstenaar, zoon van een kruidenier, die leefde in wat latere tijden in Oegstgeest 'of all places'. Hij groeide op met de Statenvertaling. Zijn vader riep 's ochtends op paaszondag luid naar boven: de Heer is waarlijk opgestaan! Waarop Jan antwoordde: En van Simon gezien! - het 'bewijs'.

(Mijn grootvader van moeders kant was trouwens zoon van een schipper met een grote Tjalk, een vrachtschip. Hij werd leraar aan de Mulo in Sneek en gaf les in Aardrijkskunde, Geschiedenis, Nederlands, Wiskunde maar in de eerste plaats Engels en na de oorlog maakte hij zelf een cursus genaamd Zeal, ten behoeve van emigranten die naar Canada gingen. Hij schreef zijn memoires in 10 dikke schriften. Die zijn helaas spoorloos verdwenen. Hij mocht mij graag en ik hem. Dikke vrienden. Hij is bijna verdronken toen hij 5 jaar was. Hij was op het achterdek en viel in de plomp. Een knecht zag dat stomtoevallig en wist hem te redden. Anders waren mijn persoon en dit verhaal er niet geweest. Ons leven is kwetsbaar en onze god gaat ruw om met zijn onderdanen, om Kuitert - verguisd en bewonderd vanwege zijn "het algemeen betwijfeld christelijk geloof"; hij sloopte de complete dogmatiek - aan te halen, Kuitert die eerst predikant was en later hoogleraar aan de VU werd. Dit alles zij terzijde opgemerkt.)

'Toon mij een denarie'

Talenten moeten worden gebruikt. En misschien zelfs vermenigvuldigd, zeg ik voor de grap. (Gelovige joden mochten geen Romeins geld bij zich hebben; dat is de crux in het Bijbelverhaal.) Dat was niet alleen het mótto in protestantse kringen, maar ook een dure plicht voor een waarachtig christen. Je mocht je talenten niet in een zak stoppen en begraven in de aarde om ze aan de hemelpoort weer tevoorschijn te halen. Dan kwam je er niet in! Velen zijn immers geroepen, weinigen zijn uitverkoren. Naar mijn bescheiden mening zit daar wel wat in; ik doel op die laatste quote. Al heeft niemand de waarheid in pacht, en dus ook ik niet. Wat is waarheid nog waard in deze barre tijd? Is alles uit te drukken in klinkende munt? Neen, wis en waarachtig niet. Is een Romeinse denarie soms een talent? Wie het weet, mag het zeggen.